MIJN CLUB

Statuten/Satzung W.S.V. Ascloa

 

 

STATUTEN

Artikel 1 – Naam en zetel 
1. De vereniging draagt de naam: Watersportvereniging Ascloa.  2. De vereniging is gevestigd te Swalmen, in de gemeente Roermond.

Artikel 2 – Doel
1. De vereniging stelt zich ten doel de beoefening en de bevordering van de watersport, in het bijzonder zeilsport.  2. Zij tracht dit doel ondermeer te bereiken door:  • het beleggen van vergaderingen en bijeenkomsten, het houden van lezingen en      cursussen;  • het organiseren van trainingen, zeilopleidingen, wedstrijden en tochten;  • het aanbrengen en instandhouden van de nodige accommodaties; • het samenwerken met andere verenigingen die hetzelfde of nagenoeg hetzelfde doel nastreven;   • het handhaven en uitbreiden van het beschikbare watersportgebied;  • alle andere wettige middelen, die aan het doel bevorderlijk kunnen  zijn.
Artikel 3 – Lidmaatschap
1. Lid van de vereniging kunnen zijn:  natuurlijke personen die het doel en de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging onderschrijven, de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt, daadwerkelijk de watersport beoefenen en in het bezit zijn van een watersportvaartuig. Het lidmaatschap is persoonlijk en niet voor overgang vatbaar. Het bestuur mag aan een lid ontheffing verlenen van de eis tot het in bezit hebben van een watersportvaartuig. De vereniging streeft ernaar, dat tenminste vijftig procent van de leden de Nederlandse nationaliteit bezit.   De vereniging stelt ieder lid een ligplaats ter beschikking.   2. Leden zijn zij die door het bestuur zijn voorgedragen als lid bij de algemene vergadering; de algemene vergadering als zodanig besluit vervolgens over de toelating tot lid van de vereniging. Het bestuur kan evenwel besluiten een gegadigde voor het lidmaatschap niet voor te dragen. Tegen dit besluit van het bestuur staat geen beroep open.   3. De algemene vergadering kan uitsluitend op voorstel van het bestuur een lid, op grond van zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging, tot erelid benoemen.  Een erelid heeft dezelfde rechten en plichten als een gewoon lid. Een erelid heeft echter geen contributieplicht. Met uitzondering van het bepaalde in artikel 4 lid 1 behouden ereleden te allen tijde hun stemrecht in de algemene vergadering.   4. De secretaris van het bestuur houdt een ledenregister bij, waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.   5. Een lid kan door het bestuur voor een periode van ten hoogste zes maanden worden geschorst als een lid in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Gedurende deze periode van schorsing kan het lid zijn lidmaatschapsrechten niet uitoefenen. Zijn lidmaatschapsverplichtingen blijven bestaan.   6. Binnen één maand nadat het lid van het besluit tot schorsing in kennis is gesteld,
kan dat lid tegen dat besluit in hoger beroep gaan bij de algemene vergadering en daar verweer voeren. Het bestuur is verplicht  hiertoe de algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na ontvangst van het beroepschrift. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep blijft het lid geschorst.
Artikel 4 – Einde lidmaatschap 

1. Het lidmaatschap eindigt door:  a. het overlijden van het lid;   b. opzegging door het lid;  c. opzegging door de vereniging;  d. ontzetting.  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan alleen plaatsvinden tegen het einde van een boekjaar, op voorwaarde dat dit schriftelijk en met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste een maand gebeurt. Opzegging kan met onmiddellijke ingang als redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. De contributie voor het lopende jaar blijft het lid verschuldigd. Te late opzegging heeft tot gevolg dat het lidmaatschap – met inbegrip van de daaraan verbonden verplichtingen – pas eindigt aan het eind van het volgend boekjaar, tenzij het bestuur op grond van bijzondere  omstandigheden anders besluit.   Een lid kan zich door opzegging niet onttrekken aan een besluit waardoor de financiële verplichtingen van de leden worden verzwaard, behalve in het geval omschreven in de volgende alinea.   Een lid kan zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing is meegedeeld. In dat geval _ blijft hij de oorspronkelijk voor dat jaar vastgestelde contributie verschuldigd. Het bestuur heeft in afwijking van het vorenstaande eveneens de bevoegdheid om in overleg met het betreffende lid en onder door het bestuur te bepalen voorwaarden tot onmiddellijk beeindiging van het lidmaatschap over te gaan.   3. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging vindt plaats door het bestuur, door middel van een schriftelijk bericht aan het lid, met vermelding van de reden(en) van opzegging.   Opzegging is mogelijk:  – als een lid niet meer voldoet aan de statutaire vereisten voor het lidmaatschap; of   – als een lid – ondanks schriftelijke aanmaning – zijn verplichtingen ten opzichte van de vereniging niet nakomt; of  – wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.  Bij het opzeggingsbesluit wordt ook de datum van beëindiging van het lidmaatschap vastgesteld. De contributie voor het lopende jaar blijft verschuldigd.  4. Ontzetting uit het lidmaatschap vindt plaats door het bestuur, door middel van een schriftelijk bericht aan het lid, met vermelding van de reden(en) van de ontzetting.  Ontzetting is alleen mogelijk als een lid in strijd handelt of heeft gehandeld met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt of heeft benadeeld.   De ontzetting gaat onmiddellijk in. De contributie voor het lopende jaar blijft verschuldigd.   5. Binnen één maand nadat het lid van het besluit tot opzegging of ontzetting in kennis is gesteld, kan dat lid tegen dat besluit in beroep gaan bij de algemene
vergadering en daar verweer voeren. Het bestuur is verplicht hiertoe de algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na ontvangst van het beroepschrift. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid waarvan het lidmaatschap is opgezegd, geschorst.   6. Aan de eis van schriftelijkheid van een opzegging of een bericht van ontzetting wordt niet voldaan als de opzegging of het bericht van ontzetting uitsluitend elektronisch is gecommuniceerd.

Artikel 5 – Jeugdleden    1. Jeugdleden zijn personen, die aan de eisen voor het lidmaatschap voldoen maar jonger zijn dan eenentwintig jaar; jeugdleden kunnen aan activiteiten van de vereniging deelnemen. Bij het bereiken van de eenentwintig jarige leeftijd worden zij in het volgende verenigingsjaar gewoon lid.  2. De in deze statuten voor leden getroffen regelingen over toelating, opzegging en ontzetting met de gevolgen daarvan, zijn zoveel mogelijk ook van toepassing op de jeugdleden.   3. De aan het jeugd-lidmaatschap verbonden financiële bijdrage per  boekjaar, wordt door de algemene vergadering vastgesteld.   4. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen, geboortedata en adressen van de jeugd-leden zijn vermeld.

Artikel 6 – Donateurs 
1. Donateurs zijn zij, die door het bestuur als zodanig zijn toegelaten. Donateurs zijn gebonden aan de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging. Zij hebben alleen toegang tot de algemene vergadering als die vergadering dat besluit. Zij hebben daar geen stemrecht.   2. De in deze statuten voor leden getroffen regelingen over toelating en opzegging met de gevolgen daarvan, zijn zoveel mogelijk ook van toepassing op donateurs.  3. De algemene vergadering stelt het minimumbedrag vast dat, hetzij per boekjaar, hetzij eenmalig, door een donateur aan de vereniging is verschuldigd.   4. De secretaris houdt een register bij waarin de namen en adressen van de donateurs zijn vermeld.

Artikel 7 – Contributie van de leden    De leden betalen een jaarlijkse contributie, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de algemene vergadering. In deze contributie is niet  begrepen een vergoeding voor ligplaats, energie, gebruik van faciliteiten van de vereniging enzovoorts, welke vergoeding nog apart in rekening wordt gebracht. De hoogte van deze vergoeding wordt eveneens jaarlijks vastgesteld door de algemene vergadering.
Artikel 8 – Bestuur: samenstelling en benoeming 
1. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur dat bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen.   De algemene vergadering stelt het aantal bestuursleden vast. Het bestuur heeft een voorzitter, secretaris en penningmeester. De voorzitter dient de Nederlandse taal in woord en geschrift machtig te zijn.
Voor ieder van hen kan het bestuur uit zijn midden een plaatsvervanger aanwijzen, die bij ontstentenis of belet de functie vervult van degene voor wie hij als plaatsvervanger is aangewezen. De functies van secretaris en penningmeester kunnen in een persoon verenigd worden.  Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.  Het bestuur draagt er zorg voor dat de algemene vergadering zo spoedig mogelijk in de vacatures kan voorzien.  2. De algemene vergadering benoemt de bestuursleden.  3. De benoeming van bestuursleden vindt uitsluitend plaats uit een voordracht. Het bestuur is bevoegd een voordracht op te maken. Leden kunnen aan het bestuur verzoeken op de voordracht te worden geplaatst. Het bestuur besluit over dit verzoek met meerderheid van stemmen.   De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de algemene vergadering meegedeeld. De voordracht is niet bindend.  4. Bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaren en zijn terstond herkiesbaar.
Artikel 9 – Bestuur: einde functie, schorsing    1. Een bestuurslidmaatschap eindigt:  – door aftreden van een bestuurslid;  – door overlijden van een bestuurslid;  – door ondercuratelestelling van een bestuurslid of onder bewindstelling van zijn gehele vermogen;  – wanneer het bestuurslid niet langer lid is van de vereniging;   – door ontslag van het bestuurslid op grond van een besluit van de algemene vergadering; een en ander met inachtneming van het hierna bepaalde.   2. Een bestuurslid kan te allen tijde door de algemene vergadering worden geschorst. De schorsing beloopt ten hoogste drie maanden en kan door de  algemene vergadering eenmaal met die termijn worden verlengd. Volgt gedurende de schorsing geen ontslag, dan is de schorsing na het verloop van de termijn geëindigd. Het bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de betreffende algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarin door een raadsman laten bijstaan.

Artikel 10 – Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming    1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.  2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats, met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van de dag, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering en van de te behandelen onderwerpen (agenda). De bestuurder die voor dit doel een adres aan de vereniging bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres gezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.   3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te  bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.  4. Als wordt gehandeld in strijd met een van de bepalingen van de twee vorige leden kan het bestuur toch rechtsgeldige besluiten nemen, als alle bestuurders in de
vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.  5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. Een bestuurder kan alleen één medebestuurder in de vergadering  vertegenwoordigen.  6. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Artikel 11 – Bestuur: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten vergadering    1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.  2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de  stemmingen in de vergaderingen worden gehouden.   3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover  werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt  onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de  juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.   4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden  notulen gehouden door de secretaris of een daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden – nadat zij zijn vastgesteld – door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend.   5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen als alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel hebben verklaard. Onder een schriftelijke verklaring wordt ook begrepen een langs elektronische weg gezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt.

Artikel 12 – Bestuur: taken en bevoegdheden    1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Iedere  bestuurder is tegenover de vereniging verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en  verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend. Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.   2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, doch niet tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk
schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt.  Deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur kan aan derden worden tegengeworpen. Het bestuur is niet bevoegd tot het aanvaarden van nalatenschappen, tenzij dit plaats vindt onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Artikel 13 – Vertegenwoordiging    1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging.  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan iedere  bestuurder.  3. De in beide vorige leden van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur en bestuurders tot vertegenwoordiging van de vereniging bestaat ook als tussen de vereniging en een of meer bestuurders een  tegenstrijdig belang bestaat.   4. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel  doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.   5. In alle gevallen waarin de vereniging een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders kan de algemene vergadering een of meer personen aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.
Artikel 14 – Verslaggeving en verantwoording    1. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het kalenderjaar.   2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, verlenging van deze termijn door de algemene vergadering uitgezonderd, een jaarverslag uit over de gang an zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders. Ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Als de vereniging een of meer ondernemingen in stand houdt, die op  grond van de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, wordt op de staat van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen vermeld.   3. Het bestuur legt de jaarstukken ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering. Wordt over de getrouwheid van deze stukken geen verklaring van een  accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek overgelegd, dan worden daaraan voorafgaand de jaarstukken gecontroleerd door een door de algemene vergadering te benoemen controlecommissie van ten minste twee leden die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Een lid van de controlecommissie kan ten hoogste twee achtereenvolgende jaren zitting hebben in de  controlecommissie. Het bestuur is verplicht om de controlecommissie inzage te geven in de gehele boekhouding en de daarop betrekking hebbende bescheiden en  om alle door haar gewenste inlichtingen te verstrekken. Als de commissie dat voor een juiste vervulling van haar taak noodzakelijk acht, kan zij zich laten bijstaan door een externe deskundige. De commissie brengt van haar onderzoek verslag uit aan de algemene _ vergadering, vergezeld van een advies tot al of niet goedkeuring van de jaarstukken. Nadat de jaarstukken zijn goedgekeurd door de algemene vergadering wordt het voorstel gedaan om kwijting te verlenen aan het bestuur voor de door hem daarmee afgelegde rekening en verantwoording.
Artikel 15 – De algemene vergadering: bevoegdheid en jaarvergadering
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.   2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:   a. het verslag van het bestuur over het afgelopen boekjaar;   b. het voorstel tot het al of niet goedkeuren van de jaarstukken over het afgelopen boekjaar;   c. het voorstel tot verlenen van kwijting aan het bestuur;  d. de benoeming van de leden van de controlecommissie voor het  nieuwe boekjaar; e. de benoeming van bestuursleden als er in het bestuur vacatures bestaan; en  f. voorstellen van het bestuur of de leden, zoals aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.   3. Uiterlijk één maand voor het verstrijken van het boekjaar, legt het bestuur de begroting voor het komende boekjaar ter inzage van de leden.
Artikel 16 – De algemene vergadering: oproeping    1. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur.   Een aantal leden, samen bevoegd tot het uitbrengen van ten minste een tiende deel van de stemmen, kan het bestuur schriftelijk verzoeken een  algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na dat  verzoek. Als het bestuur niet binnen veertien dagen na ontvangst van dat verzoek de uitnodiging tot de vergadering heeft laten uitgaan, kunnen de verzoekers zelf de vergadering bijeenroepen.   Aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek bedoeld in de vorige alinea wordt voldaan als het verzoek elektronisch is vastgelegd. 2. De oproeping tot de algemene vergadering vindt plaats door middel van oproepingsbrieven, danwel door oproeping via elektronische weg.  3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste veertien dagen, de dag van de oproeping en de dag van de vergadering niet meegerekend.   4. Naast de plaats, datum en tijd van de vergadering, moet de oproeping een agenda bevatten waaruit blijkt welke onderwerpen aan de orde worden gesteld.
Artikel 17 – De algemene vergadering: toegang en stemrecht   1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle niet-geschorste leden van het bestuur en van de vereniging. De vergadering kan besluiten ook andere personen tot (een deel van) de vergadering toe te laten. Geschorste leden en leden van wie het lidmaatschap is opgezegd of die uit het lidmaatschap zijn ontzet, hebben toegang tot dat deel van de vergadering waar het beroep tegen schorsing, opzegging of ontzetting aan de orde is.  2. Ieder gewoon lid en ieder erelid heeft één stem. Een geschorst lid heeft geen stemrecht. Een jeugdlid heeft eveneens geen stemrecht.   3. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan.

 Artikel 18 – De algemene vergadering: besluitvorming 
1. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, wordt een besluit  genomen met volstrekte meerderheid van stemmen van de in de vergadering aanwezige en vertegenwoordigde leden, ongeacht hun aantal. Blanco en ongeldige stemmen tellen niet mee voor de besluitvorming maar tellen wel mee voor het bepalen van een in deze statuten voorgeschreven quorum.  2. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaats vond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.  3. Als bij stemming over de verkiezing van personen bij eerste stemming geen meerderheid wordt verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaats hebben. Als ook dan geen meerderheid verkregen wordt, zal bij een tussenstemming worden beslist tussen welke personen zal worden herstemd. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. 4. Als de stemmen staken over een voorstel dat niet over de verkiezing van personen gaat, is het voorstel verworpen.   5. Alle stemmingen vinden mondeling plaats, tenzij de voorzitter of ten minste vijf leden vóór de stemming laat of laten weten een schriftelijke stemming te verlangen.  Schriftelijke stemming vindt plaats bij ongetekende, gesloten stembriefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk tenzij een lid hoofdelijke stemming verlangt.  Een stemgerechtigd lid kan zijn stemrecht niet door middel van een elektronisch communicatiemiddel uitoefenen.   6. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering, als dit met voorkennis van het bestuur is genomen.   7. Als in een vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen – mits met algemene stemmen – geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, ook al is het onderwerp niet of niet op de voorgeschreven wijze bij de oproeping aangekondigd of heeft de oproeping niet op rechtsgeldige wijze plaatsgevonden.

Artikel 19 – De algemene vergadering: leiding en notulen 
1. Een algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de vereniging. Ontbreekt de voorzitter, dan wijst het bestuur een ander bestuurslid aan als voorzitter van de vergadering. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter van de vergadering daartoe aangewezen persoon notulen gehouden, die door de voorzitter en de notulist door ondertekening worden vastgesteld.

 Artikel 20 – Statutenwijziging   1.De statuten van de vereniging kunnen worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering. Wanneer aan de algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal worden gedaan, moet dat steeds bij de oproeping tot de algemene vergadering worden vermeld.   2. Degenen die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen. Dit afschrift moet ter inzage liggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.   3. Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.  4. Een statutenwijziging wordt van kracht onmiddellijk nadat deze in een notariële akte is vastgelegd. Iedere bestuurder is bevoegd om een statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen.  Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het handelsregister.
Artikel 21 – Fusie splitsing omzetting 
Op een besluit van de algemene vergadering tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van de algemene vergadering tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet.
Artikel 22 – Ontbinding    1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het in deze statuten bepaalde over een besluit tot statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding. Bij het besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig liquidatiesaldo vastgesteld.   Als de vereniging op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister.   De boeken en stukken van de ontbonden vereniging blijven gedurende zeven jaren nadat de vereniging heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres  opgeven aan het handelsregister.  2. De vereniging wordt bovendien ontbonden door:   – insolventie nadat de vereniging in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;  – een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.
 
 Artikel 23 – Vereffening 
1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de vereniging, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen.   2. Na het besluit tot ontbinding bevindt de vereniging zich in liquidatie.De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moet ‘in liquidatie’ aan de naam van de vereniging worden toegevoegd.  3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming die zoveel mogelijk in overeenstemming is met het doel van de vereniging. Deze bestemming wordt vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s). De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereniging houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister.
Overgangsbepaling   Jeugdleden, die bij het in werking treden van de gewijzigde statuten de leeftijd van eenentwintig jaren reeds hebben bereikt, worden gewoon lid bij aanvang van het eerstvolgende boekjaar van de vereniging.

Swalmen-Asselt, 30 november 2012

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Asseltse Watersportvereniging Ascloa

Huishoudelijk reglement

Goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering gehouden op… Maart 2015

Lidmaatschap

Artikel 1

Een kandidaat lid kan alleen op voordracht van het bestuur, door een besluit van de Algemene Ledenvergadering worden toegelaten tot het lidmaatschap der vereniging.

Toegangsrechten en aansprakelijkheid

Artikel 2
Onverkort de rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de statuten, hebben de leden, ereleden en aspirant leden recht van toegang tot alle gebouwen, terreinen en wateren die tot de vereniging behoren, behoudens in gevallen, dat deze krachtens bestemming een beperkt karakter dragen. Zij hebben het recht om inzage te nemen in de ledenlijst, zowel als in de lijsten van houders van lig- en bergplaatsen.

Artikel 3
Gezinsleden van de leden, ereleden en aspirant leden hebben recht van toegang tot de jachthavens, de terreinen en gebouwen van de vereniging, behoudens in gevallen dat deze krachtens bestemming een beperkt karakter dragen.  Op grond van handelingen of gedragingen die naar het oordeel van het bestuur in strijd zijn met de belangen van de vereniging, dan wel in ernstige mate aanstoot geven, kan het bestuur de in dit artikel bedoelde personen het daar omschreven recht van toegang ontzeggen.

Artikel 4.

Leden zijn verantwoordelijk voor en gerechtigd om, onder hun toezicht, niet-leden toegang te geven  tot de haven.

Artikel 5
Indien blijkt dat van de in het voorgaande artikel bedoelde mogelijkheid tot introductie, naar het oordeel van het bestuur, een onjuist gebruik wordt gemaakt, kan het bestuur overgaan tot beëindiging van dat recht.
Commerciële activiteiten, waaronder ook verhuur van ligplaatsen, worden in dezen gezien als onjuist gebruik.
Artikel 6
Elk lid, erelid of aspirant lid wordt aansprakelijk gesteld voor door hem, zijn gezinsleden of introducé’s aan de eigendommen der vereniging toegebrachte schade.
Artikel 7
Degenen, die van de vereniging ligplaats hebben gekregen voor een eigen vaartuig, dan wel op enigerlei wijze gebruik maken van apparatuur of vervoer der vereniging, zulks in de ruimste zin des woords, zijn verplicht zich te verzekeren tegen wettelijke aansprakelijkheid.

Financiële bijdragen.
Artikel 8
De contributie, alsmede de gelden voor zomerligging en zomerstalling zijn verschuldigd en moeten voldaan worden voor 1 maart van het lopende verenigingsjaar.
Artikel 9

Ieder betaalde contributie wordt niet gerestitueerd

Artikel 10
Naast de taken van de secretaris, welke zijn neergelegd in de statuten of aangegeven in de reglementen, is de secretaris belast met de secretariaatswerkzaamheden der vereniging, daaronder begrepen het notuleren van de ledenvergadering, het vastleggen van de besluiten van de overige vergaderingen of besprekingen en het verzorgen van het archief. Desgevraagd kan het bestuur hem voor de uitvoering van zijn taak assistentie ter beschikking stellen.
Artikel 11
De penningmeester is belast met het daadwerkelijk beheer van de financiën der vereniging. Hij heeft de zorg voor de inning van alle inkomsten en het doen van betalingen, welke laatsten hij alleen krachtens bestuursbesluit kan verrichten.  Van alle ontvangsten en betalingen houdt hij geregeld boek en doet daarvan jaarlijks onder overlegging van de jaarrekening verantwoording aan het bestuur en de jaarvergadering overeenkomstig artikel 14 der statuten. Hij geeft inzage in kas en boeken, zo dikwijls het bestuur of de ledenvergadering dit wenselijk achten, aan de financiële commissie die met de uitvoering van de controle is belast.  Behoudens het hierboven bepaalde dient hij aan de ledenvergadering een ontwerpbegroting voor het lopende boekjaar aan te bieden. Goedkeuring van de cijfers der jaarrekening strekt de penningmeester tot décharge behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

Artikel 12
Zowel de ledenvergadering als het bestuur kan een commissie in het leven roepen voor bijzondere aangelegenheden of met een gerichte eenmalige doelstelling. Een dergelijke commissie ad-hoc bestaat uit minstens twee leden, waarvan een zekere mate van deskundigheid kan worden verwacht.  Tegelijk met de instelling van de hier bedoelde commissie wordt haar taak omschreven. Het bestuur benoemd de Financiële Commissie voor twee jaar met mogelijke verlenging.

Artikel 13
Elke commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan en belast een ander commissielid, voor zover nodig, met de betrokken secretariaatswerkzaamheden.

Ledenvergaderingen.

Artikel 14
Bij de oproep tot een ledenvergadering moet gevoegd zijn een agenda. Oproep en agenda zullen als regel in het clubblad worden gepubliceerd. Aan de agenda kan behoudens in een geval van dringende aard geen toevoeging plaatsvinden dan met toestemming van de ledenvergadering.  Op de ledenvergadering tekenen de stemgerechtigde leden de door de secretaris aan te houden presentielijst. De voorzitter draagt zorg voor de orde der vergadering en voor een goed en regelmatig verloop daarvan. Hij kan maatregelen nemen teneinde verstoring van de orde te voorkomen of  te beëindigen. Hij heeft de bevoegdheid om een voorstel in stemming te brengen in geval naar zijn mening toelichting en bespreking terzake in genoegzame mate heeft plaatsgevonden.

Artikel 15
Op de jaarvergadering brengt het bestuur naast de voorgeschreven agendapunten ook een verslag uit over de aktiviteiten van het afgelopen jaar.

Overige bepalingen

Artikel 16
In geval exploitatie van de clubaccomodaties van de vereniging niet in eigen beheer geschiedt, dan kan die exploitatie door het bestuur middels schriftelijke overeenkomst worden overgedragen aan derden. Bij eigen beheer bepaalt het bestuur de verkoopsprijzen der te voeren artikelen. In  het andere geval behoeven deze prijzen de goedkeuring van het bestuur. De wijze van inrichting van de clubaccomodaties en de kwaliteitseisen van de te voeren artikelen worden door het bestuur vastgesteld.

Artikel 17
De vlag alsmede het insigne der vereniging wordt bij besluit van de ledenvergadering bepaald. De leden hebben het recht om de verenigingsvlag op hun vaartuigen te voeren op de wijze als bij de  scheepvaart geldt of gebruikelijk is. Eveneens zijn de leden gerechtigd tot het dragen van het verenigingsinsigne, dat verkrijgbaar is tegen betaling der kosten.

Artikel 18
De geldende statuten en reglementen worden ter beschikking gesteld in het Clubhuis en op de Website van de Vereniging.

Artikel 19
Wijziging of intrekking van het huishoudelijk reglement moet plaatsvinden in een Algemene Ledenvergadering.

Artikel 20
Het huishoudelijk reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die waarop de ledenvergadering het vaststelt. Met ingang van dezelfde dag vervalt het tot dat tijdstip geldende reglement.

Havenreglement.

1. Algemeen  Dit reglement is van toepassing in en rond de haven van de Asseltse Watersportvereniging Ascloa, gelegen in Asselt  in de gemeente Roermond.

a. Onder haven wordt verstaan de bij de Asseltse Watersportvereniging Ascloa in eigendom en beheer zijnde jachthaven, bestaande uit water en terreinen, inclusief de steigers, oevers, wegen, bebouwing en andere constructies.

b. Het beheer van de haven en al hetgeen daarover in dit reglement wordt beschreven berust bij het bestuur. Het bestuur wijst daartoe een havenmeester/toezichthouder van de haven aan.

3. Havenmeester/Toezichthouder  a. De havenmeester/toezichthouder  is door het bestuur belast met de regeling van en de controle op de dagelijkse gang van zaken in de haven.

b. Hij is namens het bestuur belast met de uitvoering van het havenreglement. Het bestuur ziet toe op de juiste uitvoering van zijn taak.

c. Het bestuur van de vereniging wijst water en wal ligplaatsen toe aan leden, ereleden en aspirant leden. Het bestuur is bevoegd ruilingen van ligplaatsen te bevelen.

d. De havenmeester/toezichthouder registreert passanten, wijst hen een ligplaats toe, int de daarvoor geldende vergoedingen en handelt daarmee conform de instructies van het bestuur.

e. De havenmeester/toezichthouder  is namens het bestuur belast met het toezicht op een normaal verloop van de gang van zaken, betreffende openbare orde, rust en hygiëne in de haven.

f. Eenieder die zich in de haven bevindt is verplicht de aanwijzingen van de havenmeester/toezichthouder met betrekking tot de gang van zaken in de haven, de orde en rust en de hygiëne terstond op te volgen.

g. De havenmeester/toezichthouder is namens het bestuur gerechtigd om ten aanzien van voertuigen, vaartuigen, trailers, bokken en andere voorwerpen die zich waar ook in de haven bevinden, dusdanige maatregelen te treffen – eventueel zonder vooroverleg met de leden, eigenaars, of houders -die noodzakelijk worden geacht ter voorkoming van schade, opheffing daarvan of beperking, alsmede overlast in de ruimste zin van het woord.

4. Ligplaatsen (water en wal)

a. Er zijn ligplaatsen op de wal en in het water.

b. Ligplaatsen worden uitgegeven aan leden, ereleden en aspirant leden en aan hen die door het bestuur daartoe zijn aangewezen.

c. Ligplaatsen worden uitgegeven per seizoen, voor tevoren aangemelde vaartuigen.

d. Het zomerseizoen loopt van 1 april tot 1 november. Uiterlijk 1 November moeten alle vaartuigen uit de haven verwijderd worden. Vaartuigen die na 1 November in de haven nog gemeerd zijn mogen door het bestuur verwijderd worden op kosten van de eigenaar/lid.

e. Het aanvragen van ligplaatsen geschiedt schriftelijk bij het bestuur, onder overlegging van het daarvoor vastgestelde formulier, dat de aanvrager dag- en ondertekent en voorziet van de gevraagde  gegevens.

f. Het opzeggen van ligplaatsen is slechts rechtsgeldig wanneer dit schriftelijk geschiedt bij het bestuur, tenminste vier weken voor het begin van enig seizoen.

g. Het is de aanvrager niet toegestaan, anders dan na toestemming van het bestuur, een ander dan het aangemelde vaartuig de ligplaats te laten bezetten.

h. Onderverhuur van ligplaatsen is niet toegestaan.

i. Aan het eind van ieder seizoen vervalt het recht op een ligplaats. Eerst tegen betaling van het bij algemene ledenvergadering vastgestelde liggeldtarief, ontstaat een hernieuwd recht op de ligplaats.

j. Ligplaatshouders zijn verplicht elke wijziging van het vaartuig in lengte, breedte, diepgang waterverplaatsing of bestemming (b.v. motorschip i.p.v. zeilschip) of een
geheel ander, zelfs kleiner  vaartuig, dat ligplaats heeft of waarvoor ligplaats is/wordt aangevraagd, altijd schriftelijk aan het bestuur te melden.  Een eventueel noodzakelijk andere ligplaats kan slechts worden  aangeboden als daartoe naar het oordeel van het bestuur mogelijkheden aanwezig zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de beschikbare boxruimte.

k. Bij verkoop van een vaartuig vervalt het recht op de ligplaats. Het is niet toegestaan vaartuig met ligplaats te verkopen.  Het lid wordt “lid zonder boot”.

l. Slechts vaartuigen die verkeren in een goede staat van onderhoud, zulks ter uitsluitende beoordeling van de havencommissie – worden in de haven toegelaten. Een vaartuig dat naar het oordeel van de havencommissie niet voldoen aan deze eis, wordt noch verplaatst, gekraand of te water gelaten.

m. Toewijzing van ligplaatsen geschiedt aan de hand van de beschikbare ruimte, de afmetingen van boxen of vakken en de hierin passende vaartuigen. Het bestuur kan bepalen dat vaartuigen van een bepaalde klasse bij elkaar worden geplaatst.

n. Indien voor vaartuigen van belanghebbenden geen adequate ligplaats op de wal of in het water voorhanden is, wordt de aanvrager geplaatst op een wachtlijst.

o. Leden met een ligplaats op de D en E steigers zijn verplicht de afwezigheid van het vaartuig gedurende een periode van meer dan 72 uur bekend te maken met het rode/groene driehoek op de steigers.

p. De havenmeester/toezichthouder is bevoegd tijdelijke ligplaatsen aan te wijzen in reeds verhuurde, niet bezette boxen of vakken, gedurende de periode dat deze vrij zijn.

q. Passanten melden zich bij aankomst terstond bij de havenmeester. Door het meren van een vaartuig in de jachthaven onderwerpt de passant zich aan de bepalingen van dit reglement.

5. Vaartuigen

a. Iedere eigenaar/houder is verplicht ervoor te zorgen dat zijn vaartuig deugdelijk ligt gemeerd, zodat het vrij blijft van andere vaartuigen, de steigers en steigerpalen.

b. Elk vaartuig dient voorzien te zijn van voldoende en sterke landvasten alsmede voldoende stootwillen of soortgelijke middelen die dienen te voorkomen dat bij aanraking met andere vaartuigen, de steigers of steigerdelen daaraan schade kan ontstaan. Deze stootwillen zijn van de juiste afmeting, voldoende in aantal en verkeren in een goede staat. Wordt hieraan naar het inzicht van de havencommissie niet voldaan, dan heeft deze het recht ter voorkoming van schade hierin te voorzien op kosten van en voor risico van de eigenaar/houder van het betreffende vaartuig.

c. Eigenaren van zeilboten worden geacht de mast te zetten of te verwijderen maximaal 3 weken na de te water lating.

6. Hijskranen en vervoer op het terrein

a. Bij de haven is een clubkraan aanwezig voor het in het water brengen en daaruit halen van vaartuigen uitsluitend met een gewicht < 2T, dan wel het uitoefenen van werkzaamheden welke daarmee verband houden (mast lichten etc.). Hiervan kan gebruik worden gemaakt na afspraak met de kraancommissie en nadat eventueel geldende vergoedingen hiervoor zijn voldaan. De vaartuigen met een gewicht > 2T maken gebruik van de ingehuurde autokraan.

b. De kraancommissie bepaalt van welke kraan voor welk vaartuig of activiteit gebruik wordt gemaakt en zij bedienen bij uitsluiting de kranen. Hun aanwijzingen dienen daarbij stipt te worden opgevolgd. Het zelf bedienen van kranen door leden is niet toegestaan behalve voor de mastkraan.

c. Vaartuigen welke niet zijn verzekerd tegen tenminste Wettelijke Aansprakelijkheid, worden niet gekraand, verplaats of in/uit het water gelaten.

d. Het verplaatsen van vaartuigen en het kranen van

e. De vereniging schriftelijk aansprakelijk te worden gesteld binnen 14 dagen nadat de verwijtbare gedraging heeft plaatsgevonden.

7. Veiligheid  a. Het gebruik van havenfaciliteiten is slechts toegestaan na uitdrukkelijke toestemming van de technische commissie. Ten aanzien van het gebruik van elektriciteit wordt in overleg met de technische commissie tevoren het maximaal aan te sluiten vermogen bepaald.

b. Het gebruik van de helling geschiedt op eigen risico.

c. De eigenaar/houder van een motorboot dan wel een vaartuig met ingebouwde motor en/of gasinstallatie is verplicht er zorg voor te dragen dat in het vaartuig een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde brandblusser voorhanden is, welke geschikt is voor bestrijding van brand ontstaan door gas en/of brandbare vloeistoffen.

d. Het verrichten van onderhoudswerkzaamheden of reparaties dient zodanig te worden uitgevoerd dat hierdoor geen schade ontstaat voor het milieu, geen overlast / hinder ontstaat voor anderen en  geen schade ontstaat aan goederen van derden; een en ander ter beoordeling van de havenmeester/toezichthouder.

e. Ieder lid dient de slagbomen en poorten te sluiten na gebruik.

f. Het is verboden in de jachthaven:

a. Open vuur te maken en te onderhouden dan wel op andere wijze gevaar te veroorzaken voor ontploffing en brand.  b. Een vaste of semi-vaste elektriciteitsverbinding dat niet aan de genormde voorschriften voldoet aan te
leggen en te onderhouden vanaf de steiger naar een vaartuig zonder toestemming van de technische commissie.   c. Drinkwater te gebruiken anders dan voor dat doel.

d. Huisdieren los te laten lopen op de steigers en het haventerrein.  e. Aan steigers of steigerdelen veranderingen aan te brengen, daarop constructies, stootwillen vast aan te brengen.  f. voertuigen te parkeren anders dan op de daarvoor bestemde P-terreinen.   g. Sneller dan 5 km/uur te varen.  h. Op de wal te kamperen, zonder toestemming van de havenmeester/toezichthouder.  i. Vallen hoorbaar tegen de mast te laten slaan, of anderszins hinderlijk lawaai te veroorzaken.

j. Zich met voertuigen te bevinden op de hellingbanen, anders dan voor het in of uit het water brengen van vaartuigen.  k. Op welke wijze dan ook reclame uitingen te voeren en/of commerciële activiteiten te ondernemen, zonder toestemming van het bestuur.

8. Milieu  a. Het is niet toegestaan om afvalstoffen, schadelijke en/of andere soortgelijke stoffen, zoals o.a. oliehoudende vloeistoffen, verfresten, bilgewater, oude accu’s etc. in het oppervlaktewater of in de bodem te brengen dan wel achter te laten op een andere dan de daarvoor aangewezen plaatsen.  b. Onderwatertoiletten dienen in de haven niet te worden gebruikt  c. Vuilnis en scheepvaartafval worden gedeponeerd in de daarvoor bestemde bakken.  d. Het is niet toegestaan goederen van welke vorm of omvang dan ook achter te laten, op steigers,  en op het haventerrein, zonder toestemming van de havenmeester/toezichthouder.  e. Bij constatering van moedwillige dan wel opzettelijke overtreding van de milieuregels wordt vanwege het bestuur aangifte gedaan bij de bevoegde autoriteit.

9. Bijzondere bepalingen

a. De eigenaar/houder van, een vaartuig dat naar het oordeel van het bestuur in een verwaarloosde toetstand verkeert, waardoor de algemene veiligheid in de haven in het geding komt, of het aanzien  van de haven wordt ontsierd of gevaar oplevert voor de omgeving of het milieu, wordt hiervan door het bestuur schriftelijk in kennis gesteld en dient binnen één maand nadat het schrijven is verzonden  het vaartuig uit de haven te verwijderen.

b. Het vaartuig van de eigenaar/houder die niet voldoet aan het gestelde in lid a, kan namens het bestuur van de ligplaats worden verwijderd, waarbij het volle bedrag der verschuldigde gelden  totaal invorderbaar blijft, respectievelijk de reeds van de eigenaar/ houder ontvangen gelden niet geheel of gedeeltelijk worden gerestitueerd.

c. Het bestuur gaat niet over tot het verplaatsen van een zodanig vaartuig, dan nadat de eigenaar/houder door het bestuur over dat voornemen tijdig schriftelijk is bericht en betrokkene is gewezen;  -op zijn verplichting tot het voorkomen van schade en zijn aansprakelijkheid bij het ontstaan daarvan,  -op de vrijwaring van aansprakelijkheid voor de vereniging ter zake van het ontstaan van schade door het verplaatsen van het vaartuig, c.q. elders plaatsen daarvan.

d. De eigenaar/houder ten aanzien waarvan de maatregelen als bedoeld in de bovenstaande leden worden toegepast, is ten volle aansprakelijk voor de kosten welke de vereniging maakt voor het  verwijderen van het vaartuig van de ligplaats, het verplaatsen en stallen van het vaartuig, alsmede is hij aansprakelijk voor het ontstaan van schade in welke vorm dan ook, alsmede ten gevolge  van de verwaarloosde staat van het vaartuig. De vereniging verplicht zich het ontstaan van schade zoveel mogelijk te voorkomen.

e. Tegenover een vordering tot betaling aan de vereniging uit hoofde van het onderhavige reglement kan geen beroep op schuldvergelijking worden gedaan, terwijl alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten geheel voor rekening komen van het lid dat in gebreke is gebleven de vorderingen tijdig en volledig te voldoen.

f. De vereniging is niet aansprakelijk voor schade, ontstaan door onrechtmatig en/of ondeskundig gebruik van verenigingsmaterialen door leden

g. De vereniging is niet aansprakelijk voor schade tengevolge van diefstal van, vanaf of uit voertuigen, vaartuigen, trailers, bokken en andere goederen.

h. Iedere eigenaar/houder is aansprakelijk voor de door betrokkene of zijn voertuig, vaartuig, trailer, of bok veroorzaakte schade in de jachthaven, eigendommen van de vereniging of van derden en  leden.

10. Slotbepalingen

a. Bij het opzettelijk niet nakomen van de bepalingen van dit reglement kan het bestuur de maatregelen nemen die volgens de statuten in de rede liggen.

b. In geval van een verwijtbare overtreding van dit reglement waardoor schade ontstaat aan verenigingseigendom wordt de schade hersteld op kosten van de overtreder.

c. Eventuele boeten ter zake van de milieuwetgeving opgelegd aan de vereniging, worden door de vereniging verhaald op de veroorzaker van de milieuschade.

d. In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, is het bestuur, conform de statuten bevoegd.

11. Inwerking treden reglement  Dit reglement treedt in werking met ingang van de eerste dag volgend op de dag van de ledenvergadering waarin dit reglement is vastgesteld.

 

REGELN UND VORSCHRIFTEN HAFEN

Asselter Wassersportvereinigung Ascloa.

Regeln und Vorschriften

Genehmigt von der Mitgliederversammlung am … März 2015

Mitgliedschaft

Artikel 1

(Mitglied werden) Ein Mitgliedskandidat kann nur auf Empfehlung des Vorstands durch Beschluss der Mitgliederversammlung, zum  Mitglied in des Vereins werden.

Zugangsrechte und Haftung

Artikel 2 (Zugangsrechte und -beschränkungen für Mitglieder)

Unabbhängig von den Rechten und Pflichten, die sich aus den Statuten herleiten, haben Mitglieder, Ehrenmitglieder und Mitgliedskandidaten das Recht auf Zugang zu allen Gebäuden, Grundstücken und allen Gewässern, die zum Verein gehören, dies gilt jedoch nicht für die Teile, die aus bestimmten Gründen zugangsbeschränkt sind.  Sie haben das Recht Einsicht zu nehmen, in die  Mitgliederliste und die Listen der Liegeplatzinhaber und   Inhaber von Lagerplätzen.

Artikel 3 (Zugangsrechte und -beschränkungen für Familienangehörige)

Familienangehörige von Mitgliedern, Ehrenmitgliedern und Mitgliedskandidaten haben das Recht auf Zugang zu allen Gebäuden, Grundstücken und allen Gewässern, die zum Verein gehören, dies gilt jedoch nicht für die Teile , die aus bestimmten Gründen zugangsbeschränkt sind. Aufgrund von Handlungen oder Verhaltensweisen, die nach Ansicht des Vorstandes im Widerspruch zu den Interessen des Vereins stehen, oder ernsthaft Anlass zum Anstoß geben, kann der Vorstand bestimmten Personen das oben definiert Recht auf Zugang entziehen.

Artikel 4 (Zugang für Nichtmitglieder)

Mitglieder sind berechtigt und dafür verantwortlich, unter ihrer Aufsicht, Nichtmitgliedern den Zugang zum Hafen zu gewähren.

Artikel 5 (Zugang für Nichtmitglieder, unsachgemäßer Gebrauch)

Wenn sich herausstellt, dass von dem im vorherigen Artikel beschriebenen Recht auf Zugangsgewährung für Nichtmitglieder, nach Ansicht des Vorstandes, unsachgemäß Gebrauch gemacht wird, dann kann der Vorstand beschließen, dieses Recht zu kündigen.

Kommerzielle Aktivitäten, einschließlich der Vermietung von Liegeplätzen, werden als nicht bestimmungsgemäß angesehen.

Artikel 6 (Haftung der Mitglieder)

Jedes Mitglied, Ehrenmitglied oder Mitgliedskandidat haftet für von ihm, seiner Familie oder seinen Gästen dem Eigentum des Vereins zugefügte Schäden.

Artikel 7 (Verpflichtung der Liegeplatzinhaber zu Haftpflichtversicherung)

Denjenigen, denen der Verein einen Liegeplatz für das eigene Fahrzeug zur Verfügung gestellt hat, und die dann, auf welche Weise auch immer, von Ausrüstungen oder Transportmitteln des Vereines Gebrauch machen, sind verpflichtet, eine Haftpflichtversicherung aufgrund der gesetzlichen Haftung abzuschließen.

Beiträge

Artikel 8 (Mitgliedsbeitrag und Liegegelder)

Der Mitgliedsbeitrag sowie die Liegegelder für Sommerliegeplätze und Sommerlagerplätze sind geschuldet und müssen vor dem 1. März des laufenden Geschäftsjahres bezahlt werden.

Artikel 9 (Rückerstattung)

Mitgliedsbeiträge werden grundsätzlich nicht zurückerstattet.

Vorstand und Kommissionen

Artikel 10 (Aufgaben des Sekretärs)

Zusätzlich zu den Aufgaben des Sekretärs, die in der Satzung  oder in den Reglements festgelegt sind, ist der Sekretär zuständig für das Sekretariat des Vereines, einschließlich der Protokollführung bei den Mitgliederversammlungen, die Aufzeichnung der Entscheidungen der anderen Versammlungen, und die Pflege des Archivs. Auf Wunsch kann der Vorstand ihm für die Wahrnehmung seiner Aufgaben Hilfe zur Verfügung stellen.

Artikel 11 (Aufgaben des Schatzmeisters)

Der Schatzmeister ist für die effiziente Verwaltung der Finanzen des Vereins verantwortlich. Er muss für den Eingang aller Einnahmen und die Ausführung aller Zahlungen sorgen, wobei er letztere nur aufgrund von  Vorstandsbeschlüssen durchführen kann. Über allen Einnahmen und Ausgaben führt er  regelmäßig Buch und legt jährlich Vorstand und  Mitgliederhauptversammlung den Jahresabschluss (Bilanz  und G&V-Rechnung) gemäß Artikel 14 der Statuten vor. Er gibt der Finanzkommission, welcher für die Kassenprüfung zuständig ist, Einblick in Kasse und Bücher, so oft, wie Vorstand oder die Mitgliederversammlung es für wünschenswert erachten.   Zusätzlich zu dem oben Gesagten, legt er in der Mitgliederversammlung einen Haushaltsentwurf für das laufende Geschäftsjahr vor. Durch die Genehmigung des Jahresabschlusses wird der Schatzmeister entlastet, vorbehaltlich sich später ergebender Unregelmäßigkeiten.

Artikel 12 (Kommissionen)

Sowohl die Mitgliedersammlung, als auch der Vorstand können Kommissionen für besondere Aufgaben oder für ein spezielles, einzelnes Ziel ins Leben rufen.  Eine solche Ad-hoc-Kommission besteht aus  mindestens zwei Mitgliedern, von denen ein gewisses Maß an Know-how erwartet wird. Zusammen mit der Schaffung einer Kommission wird ihre Aufgabe beschrieben.

 

Ledenvergaderingen

 

 

 

Artikel 16
Der Vorstand ernennt die Finanzkommission für zwei Jahre,  eine Verlängerung ist möglich.

Artikel 13 (Organisation der Kommissionen)

Jede Kommission wählt aus seiner Mitte einen Vorsitzenden und bestimmt, soweit erforderlich, mit den notwendigen Sekretariatsaufgaben.

Mitgliederversammlungen

Artikel 14 (Einladung und Ablauf)

Der Einladung zur Mitgliederversammlung muss eine Tagesordnung beigefügt sein. Ankündigung und Tagesordnung sollen in der Clubzeitschrift veröffentlicht werden. Zur Tagesordnung können, außer in dringenden Fällen,  nur mit Zustimmung der  Mitgliederversammlung Punkte hinzugefügt werden. Bei der Mitgliederversammlung zeichnen die stimmberechtigten Mitglieder die vom Sekretär vorbereitete Anwesenheitsliste ab. Der Vorsitzende ist für die Ordnung auf der Mitgliederversammlung zuständig  und sorgt für einen guten und geregelten Ablauf. Er kann Maßnahmen ergreifen, um Störungen der Ordnung zu beenden. Er hat die Befugnis, einen Vorschlag zur Abstimmung zu bringen, wenn seiner Meinung nach Erläuterung und Diskussion zu diesem Vorschlag in ausreichendem Maße stattgefunden haben.

Artikel 15 (Jahresbericht des Vorstandes)

Auf der Mitgliederhauptversammlung berichtet der Vorstand neben der vorgeschriebenen Tagesordnungspunkten auch über die Aktivitäten des vergangenen Jahres.

Sonstige Regelungen

Artikel 16 (Clubhaus, Angebot und Preise)

Wenn der Betrieb des Clubhauses nicht durch den Verein selber durchgeführt wird, dann kann der Vorstand den Betrieb mittels schriftlicher Übereinkunft an Dritte übertragen. Wenn der Verein selbst das Clubhaus betreibt, dann legt der Vorstand die Preise derangebotenen Waren fest. Bei Betrieb durch Dritte müssen die Preise durch den Vorstand genehmigt werden. Die Einrichtung und die Qualität der zu führenden Produkte werden vom Vorstand festgelegt.

Artikel 17 (Vereinsflagge und Wappen)

Die Flagge und das Wappen des Vereins werden durch Beschluss der Mitgliederversammlung festgelegt. Die Mitglieder haben das Recht, die Vereinsflagge auf ihren Fahrzeugen zu führen, wie es in der Schifffahrt üblich ist. Ebenso sind die Mitglieder berechtigt, das Vereinswappen zu tragen, dieses ist gegen Bezahlung der Kosten vom Verein erhältlich.

Artikel 18 (Veröffentlichung der Statuten und Regeln)

Die geltenden Statuten, sowie die Regeln und Vorschriften werden im Clubhaus und auf der Webseite des Vereins zur Verfügung gestellt.

Artikel 19 (Änderungen der Regeln und Vorschriften)

Änderung oder Aufhebung der Regeln und Vorschriften müssen auf von der Mitgliederhauptversammlung beschlossen werden.

Artikel 20 (Inkrafttreten der Regeln und Vorschriften)

Die Regeln und Vorschriften treten am Tag nach dem Beschluss der Mitgliederversammlung in Kraft. Gleichzeitig werden die bis dahin geltenden Regeln und Vorschriften ungültig.

Hafenordnung.

1. Allgemeines (Geltungsbereich) Diese Regelungen gelten in und um den Vereinshafen der  Asselter Watersportvereinigung Ascloa gelegen in Asselt, Gemeinde Roermond.

2. Hafen (Begriff und Zuständigkeiten

a. Unter Hafen wird der sich im Eigentum und Besitz  der Asselter Wassersportvereinigung Ascloa befindliche Jachthafen bestehend aus Wasser- und Landflächen, einschließlich aller Steiger, Ufer, Wege, Bebauungen und anderer Installationen verstanden.

b. Verwaltung und Betrieb des Hafens und alle dazu gehörenden Angelegenheiten, die in diesem Reglement beschrieben werden unterliegen dem Vorstand. Der Vorstand weist dazu den Hafenmeister/-Betreuer an.

3. Hafenmeister / Betreuer a. Der Hafenmeister/ -Betreuer wird vom Vorstand mit der Durchführung  der Tagesgeschäfte und der Aufsicht  des Hafens beauftragt.

b. Er ist vom Vorstand mit der Umsetzung  Hafenreglements beauftragt. Der Vorstand überwacht die ordnungsgemäße Ausübung seines Amtes.

c. Der Vorstand des Vereins weist Wasser- und Landliegeplätze Mitgliedern, Ehrenmitgliedern und Mitgliedskandidaten zu. Der Vorstand ist ermächtigt, den Austausch von Liegeplätzen anzuordnen.

d. Der Hafenmeister/ -Betreuer registriert Passanten weist Ihnen Liegeplätze zu und kassiert die anfallenden Gebühren und wirkt somit in Übereinstimmung mit den Anweisungen des Vorstandes.

e. Hafenmeister/ -Betreuer überwacht im Auftrag des Vorstandes die öffentliche Ordnung und Ruhe, sowie die Hygiene im Hafen.

f. Jeder, der sich Im Hafen aufhält, hat den  Anweisungen des Hafenmeisters/ -Betreuer im Hinblick auf Ruhe, Ordnung und Hygiene im Hafen zeitnah zu befolgen.

g. Der Hafenmeister/ -Betreuer ist im Namen des Vorstandes berechtigt, im Falle von Fahrzeugen, Booten, Bootstrailern, Lagerböcken und anderen Gegenständen, die sich im Hafen befinden, Maßnahmen zu treffen – möglicherweise ohne vorherige Rücksprache mit Mitgliedern, Eigentümer oder Haltern – welche er für notwendig erachtet, um Schaden zu verhindern. Er ist zur Aufhebung derselben, zu Beschränkung und zur Verfügung von Maßnahmen die im weitesten Sinne des Wortes berechtigt.

4. Liegeplätze (Wasser und an Land) a. Es stehen Liegeplätze an Land und im Wasser zur Verfügung.

b. Liegeplätze werden Mitgliedern, Ehrenmitgliedern, Mitgliedskandidaten und jenen, die vom Vorstand bestimmt wurden, zugeteilt.

c. Liegeplätze werden saisonweise vergeben, für die dafür angemeldeten Fahrzeuge.

d. Die Sommersaison läuft vom 1. April – 1. November. Bis zum 1. November müssen alle Fahrzeuge aus dem Hafen entfernt sein. Fahrzeuge, die nach dem 11. November noch im Hafen liegen, können durch den Vorstand auf Kosten des Eigentümers/ Mitglied entfernt werden.

e. Der Antrag für Liegeplätze muss schriftlich beim Vorstand eingereicht werden. Das dafür vorgesehene Formular muss vollständig ausgefüllt und mit Datum und Unterschrift versehen werden.

f. Die Kündigung von  Liegeplätzen ist nur dann gültig, wenn sie dem Vorstand schriftlich spätestens vier Wochen vor Beginn einer Saison schriftlich vorliegt.

g. Es ist dem Antragsteller nicht erlaubt, mit einem anderen, als dem angemeldeten Fahrzeug, den Liegeplatz zu nutzen.

h. Die Untervermietung von Liegeplätzen ist nicht erlaubt.

i. Am Ende jeder Saison verfällt das Recht auf einen Liegeplatz. Erst durch Zahlung des von der Allgemeinen Mitgliederversammlung festgesetzten Liegeplatztarifes  entsteht erneut das Anrecht auf einen Liegeplatz.

j. Inhaber von Liegeplätzen müssen jede Änderung des Fahrzeuges in Bezug auf Länge, Breite, Tiefgang, Wasserverdrängung oder der Art des Fahrzeuges (z.B. Motorschiff anstelle von Segelboot), oder eine ganz anderes Fahrzeug, selbst wenn es kleiner ist, als das für das eine Liegeplatz beantragt wurde, immer schriftlich beim Vorstand anmelden. Ein möglicherweise notwendiger anderer Liegeplatz kann nur angeboten werden, wenn nach Beurteilung durch den Vorstand, unter Berücksichtigung der zur Verfügung stehen Boxenmaßen, dazu Möglichkeiten bestehen.

k. Bei Veräußerung eines Fahrzeuges verfällt das Recht auf den Liegeplatz. Es ist nicht erlaubt Fahrzeuge mit Liegeplatz zu verkaufen. Das Vereinsmitglied wird “Mitglied ohne Boot.”

l. Nur Fahrzeuge, die sich nach alleiniger Beurteilung durch die Hafenkommission, in gutem Zustand befinden sind im Hafen zugelassen. Ein Fahrzeug, welches nach Beurteilung durch die Hafenkommission diese Anforderungen nicht erfüllt, wird nicht bewegt, gekrant oder zu Wasser gelassen.

m. Die Zuweisung von Liegeplätzen wird aufgrund des zur Verfügung stehenden Raumes, Boxenmaßen und den dazu passenden Fahrzeugen vorgenommen. Der Vorstand kann bestimmen, dass die Schiffe eine bestimmte Klasse zusammen gelegt werden.

n. Wenn für Fahrzeuge ein angemessener Liegeplatz an Land oder im Wasser nicht verfügbar ist, wird der Antragsteller auf eine Warteliste gesetzt.

o. Mitglieder mit einem Liegeplatz an D und E-Steiger sind verpflichtet, die Abwesenheit des Fahrzeuges von mehr als 72 Stunden mit dem Rot/- Grün Dreieck an dem Liegeplatz kenntlich zu machen.

p. Der Hafenmeister/ -Betreuer ist befugt bereits vermietete, aber nicht besetzte Liegeplätze in der Zeit, in der sie frei sind, zu vermieten.

q. Passanten melden sich bei Ankunft im Hafen sofort beim Hafenmeister/ -Betreuer. Durch das Einfahren mit einem Fahrzeug in den Jachthafen unterwirft sich der Passant den Bestimmungen dieser Ordnung

5. Fahrzeuge a. Jeder Eigentümer/ Halter ist verpflichtet sicherzustellen, dass sein Schiff so festgemacht ist, dass,  es von anderen Fahrzeugen, Steigern und Steigerpfähle frei bleibt.

b. Jedes Fahrzeug  muss mit ausreichenden und starken Landleinen, sowie ausreichend Fendern oder ähnlichen Mittel ausgerüstet sein, die verhindern, dass es durch Berührungen anderen Fahrzeuge,  Steiger oder Steigerteile zu Schaden kommen. Die Fender müssen von richtiger Größe, von ausreichender Zahl und gutem Zustand sein. Wird dies nach Meinung Hafenkommission nicht erfüllt, so ist diese, um Schaden zu verhindern, berechtigt, diese auf Kosten und Risiko des Eigentümers/ Halters des betreffenden Fahrzeuges anzubringen.

c. Eigentümer von Segelbooten sollen den Mast innerhalb einer Frist von drei Wochen nach dem  zu Wasserlassen setzen.

6. Vereinskran auf dem Gelände

a. Beim Hafen steht ein vereinseigener Kran für das zu Wasser lassen und das aus dem Wasser heben nur für  Fahrzeugen mit einem Gewicht < 2t, sowie für Tätigkeiten die damit verbunden sind (Maststellen, etc.) zur Verfügung. Hiervon kann nach Absprache mit der Krankommission und nachdem eventuelle Gebühren dafür bezahlt worden sind, Gebrauch gemacht werden. Fahrzeuge mit ein Gewicht >2t können vom angemieteten Autokran Gebrauch machen.

b. Die Krankommission legt fest, welcher Kran für welches Fahrzeug oder Aktivität verwendet wird und sie führt das Kranen ausschließlich durch. Ihre Anweisungen sind dabei unverzüglich zu befolgen. Die Bedienung des vereinseigenen Krans ist Mitgliedern bis auf die Nutzung des Mastkrans nicht erlaubt.

c. Fahrzeuge, für die nicht mindestens eine Haftpflichtversicherung angeschlossen ist, werden nicht gekrant, bewegt, zu  Wasser gelassen oder aus dem Wasser gehoben.

d. Das Bewegen von Fahrzeugen und das Kranen von Fahrzeugen geschehen auf eigene Gefahr und eigenes Risiko des Eigentümers/ Halters oder Nutzers. Nur wenn es ein vom Verein Ascloa akzeptiertes, schuldhaftes Verhalten gab, übernimmt der Verein die Haftung, wenn die Vorgaben unter 7 f erfüllt sind.

e. Ansprüche an den Verein müssen schriftlich innerhalb von 14 Tagen, nach dem das schuldhafte Verhalten stattgefunden hat, angemeldet werden.

7. Sicherheit a. Die Verwendung von Hafenanlagen ist nur mit ausdrücklicher Genehmigung der technischen Kommission gestattet. In Bezug auf die Nutzung von Stromanschlüssen entscheidet die technische Kommission unter Berücksichtigung der zur Verfügung stehenden Anschlussleistung.

b. Die Nutzung der Slip-Anlage geschieht auf eigene Gefahr.

c. Der Eigentümer/ Halter einer Motorboot oder eines Fahrzeuges mit eingebautem Motor und/ oder Gasinstallation muss sicherstellen, dass  auf dem Fahrzeug ein sofort einsatzbereiter Feuerlöscher zur Verfügung  steht. Dieser muss zur Bekämpfung von Bränden durch Gas und/ oder brennbaren Flüssigkeiten geeignet sein.

d. Wartungsarbeiten oder Reparaturen dürfen nur so durchgeführt werden, dass keine Schäden an der Umwelt, keine Belästigungen oder Behinderungen für Andere und keine Schäden am Eigentum Dritter entstehen. Die Beurteilung liegt im Ermessen der Hafenmeisters/ -Betreuers.

e. Jedes Mitglied muss die Schranken und Tore nach Gebrauch schließen.

f. Im Jachthafen ist es verboten:

a. Offenes Feuer zu entzünden und zu unterhalten, oder auf andere Weise Brand- oder Explosionsgefahr zu verursachen. b. Einen permanente oder semi-permanenten Stromanschluss, der nicht den Norm-Vorschriften entspricht, ohne Zustimmung der technischen Kommission zu installieren und zu betreiben.

c. Trinkwasser anderen verwendet werden, als für diesen Zweck. d. Haustiere ohne Leine auf Steigern, oder auf dem Hafengelände laufen zu lassen. e. An Steigern oder Steigerteilen Veränderungen anzubringen, darunter auch Festmacher fest zu installieren. f. Fahrzeuge an anderen Plätzen, als auf den dafür bestimmten Parkplätzen zu parken. g. Schneller als 5 km/h zu fahren. h. Auf dem Hafengelände ohne Zustimmung  des Hafenmeisters/ -Betreuers zu campen. i. Fallen hörbar gegen den Mast schlagen zu lassen, oder auf andere Weise eine Lärmbelästigung zur verursachen. j. Fahrzeuge auf den Slip-Anlagen abzustellen, außer während des Slip-Vorganges selber.

k. Auf irgendeine Weise Werbung zu machen oder kommerzielle Aktivitäten auszuführen, ohne Zustimmung des Vorstandes.

8. Umwelt a. Es ist nicht erlaubt schädlichen und/ oder ähnliche Substanzen, wie ölige Flüssigkeiten, Farbreste, Bilgewasser, alte Batterien usw. ins Wasser oder in den Boden zu bringen, oder an anderen, als den dafür vorgesehenen Stellen, zu entsorgen.

b. Unterwasser-Toiletten dürfen im Hafen nicht benutzt werden. c. Müll und Schiffsabfälle müssen in den entsprechenden Containern entsorgt werden. d. Ohne Zustimmung des Hafenmeisters/ -Betreuers ist es nicht erlaubt auf Steigern oder auf dem Hafengelände Dinge zu hinterlassen oder zu lagern.

e. Bei Feststellung einer mutwilligen oder vorsätzlichen Verletzung der Umweltvorschriften wird der Vorstand die zuständige Behörde unterrichten.

9. Besondere Bestimmungen a. Der Eigentümer/ Halter eines Fahrzeuges, das sich nach Ermessen des Vorstands in einem so verwahrlosten Zustand befindet, dass die allgemeine  Sicherheit des Hafens beeinträchtigt ist, oder das es dem Ruf des Hafens abträglich ist, oder eine Gefährdung für Umgebung oder die Umwelt darstellt, wird davon schriftlich durch den Vorstand unterrichtet und muss innerhalb eines Monates nach Versendung des Schreibens sein Fahrzeug aus dem Hafen entfernen.

b. Dem Eigentümer/ Halter, der nicht den Anforderungen entspricht, kann vom Vorstand der Liegeplatz entzogen werden, wobei der volle Betrag der geschuldeten Beiträge zahlbar bleibt, bzw. bereits vom Besitzer/ Eigentümer bezahlte Beiträge weder als Ganzes, noch teilweise zurückerstattet werden.

c. Der Vorstand wird ein solches Fahrzeug nicht bewegen, bevor nicht der Besitzer/ Eigentümer schriftlich und rechtzeitig darüber unterrichtet wurde, dass: – er verpflichtet ist, Schaden zu verhindern und auf seine Haftung für den Eintrittsfall, – auf den Haftungsausschluss für den Verein in Bezug auf die Schäden, die durch das Bewegen des Fahrzeuges am Fahrzeug oder anderswo entstehen.

d. Der Besitzer/ Eigentümer, auf den die oben beschriebenen Maßregeln angewendet werden, ist haftbar für die Kosten, die dem Verein entstehen durch das Entfernen des Fahrzeuges vom Liegeplatz, den Transport und die Lagerung des Fahrzeug, und er haftet für Schäden, die auf welche Weise auch immer, durch den verwahrlosten Zustand des Fahrzeuges entstehen. Der Verein verpflichtet sich, Schäden möglichst klein zu halten.

e. Zahlungsansprüche des Vereins im Rahmen dieser Reglements  können nicht aufgerechnet werden,  während alle gerichtlichen und außergerichtlichen Kosten vollständig vom Mitglied zu tragen sind, welches hat es versäumt hat , die Forderungen zeitgerecht und vollständig zu erfüllen.

f. Der Verein haftet nicht für Schäden, die durch die unrechtmäßige und/ oder unsachgemäße Verwendung von Vereinseigentum durch Mitglieder verursacht werden.

g. Der Verein haftet nicht für Schäden, die durch Diebstahl von oder aus Fahrzeugen, Booten, Bootstrailern, Lagerböcken und andere Dingen.

h. Jeder Besitzer/ Eigentümer haftet für die von seinem Fahrzeug,  Boot, Bootstrailer, oder Lagerbock verursachten Schäden im Jachthafen oder am Eigentum des Vereins, Dritter oder Mitglieder.

10. Schlussbestimmungen a. Bei einem vorsätzlichen Verstoß gegen die Bestimmungen dieses Reglements kann der Vorstand Maßnahmen treffen, die gemäß Statuten vorgesehen sind.

b. Bei schuldhafter Verletzung dieser Regelungen, wodurch ein Schaden am Vereinseigentum entstand, wird der Sachschaden wird auf Kosten des Verursachers behoben.

c. Etwaige Strafen, die dem Verein wegen Umweltvergehen auferlegt werden, werden vom Verein an den Verursacher weitergereicht.

d. In Fällen, die in diesem Reglement nicht geregelt sind, ist der Vorstand gemäß den Statuten entscheidungsbefugt.

11. Inkrafttreten des Reglements  Diese Bestimmungen treten am ersten Tag nach dem Tag der Hauptversammlung in Kraft, an dem dieses Reglement beschlossen wurde.